bente ketelaar

ronja op reis

hoofdstuk 2. de duinen

‘Waar gaan we als eerst naartoe?’ vraagt Ronja aan Wies. ‘Vandaag hoeven we niet zo ver met de trein,’ zei Wies. ‘Een half uur, en dan pakken we de fiets vanaf Overveen, richting de Duinen’ Ronja mocht achterop. Ze hield zich vast aan Wies. Het was warm, maar gelukkig had Wies een grote fles water mee. Ze fietsten een heel lang stuk. Onderweg zagen ze naaldbomen en helmgras. De weg maakte geen haast.
vorige bladzijde
volgende bladzijde
naar het begin