bente ketelaar

ronja op reis

hoofdstuk 1. de achtertuin

Alsof “eigen land” een plek was waar je zomaar naartoe kon reizen. Ronja sprong overeind. ‘In Nederland is helemaal niets te zien!’ riep ze. ‘De zee is hier niet turkoois. De stranden zijn niet wit. Er zijn geen schildpadden. En al helemaal geen dolfijnen!’ ‘Juist daarom!’ riep Wies. ‘Omdat het hier anders is. In Nederland valt zoveel te ontdekken, omdat er zoveel meer te zien is! Nederland is juist zo divers, voor zo’n klein stukje land.’ Ronja keek naar Wies. Ze wist niet precies waar “juist daarom” lag, maar het klonk als een plek waar je misschien naartoe kon. ‘Weet je wat?’ zei Tante Wies. ‘Ik neem je mee. We gaan op pad. Met de trein. Naar de mooiste plekken van het land. En onderweg zal ik je laten zien wat er allemaal te doen is.’
vorige bladzijde
volgende bladzijde
naar het begin